Een dakbedekking bevestigen is net zo belangrijk als de dakbedekking zelf. Een plat dak moet niet alleen waterdicht zijn, maar ook blijven liggen bij een zware storm. Wind trekt aan een plat dak, vooral aan de randen en de hoeken.
Er zijn drie manieren om dakbedekking vast te zetten: verlijmen, ballasten en mechanisch bevestigen. Hieronder leest u hoe elke methode werkt en wanneer die past.
Waarom moet een dakbedekking goed bevestigd zijn?
Als de wind over een plat dak waait, ontstaat er onderdruk. Het dak wordt als het ware omhoog gezogen. Bij de randen en hoeken is die kracht het grootst. Een slecht bevestigde dakbedekking gaat daar bollen, flapperen of scheurt los.
In Nederland zijn er vaste rekenregels voor. De norm NEN 6707 en de praktijkrichtlijn NPR 6708, beide herzien in 2019, geven aan hoe de bevestiging wordt bepaald. Daarin spelen de hoogte van het gebouw, de ligging en de plek op het dak een rol. Aan de kust of in open land waait het harder dan in een woonwijk.

Dakbedekking bevestigen door verlijmen
Bij verlijmen wordt de dakbedekking over het hele vlak of in stroken aan de ondergrond gehecht. Dat kan op verschillende manieren:
- Branden. Bitumen wordt met een brander verwarmd en op de onderlaag gesmolten.
- Koude lijm. Een speciale lijm op de ondergrond, bijvoorbeeld bij EPDM of bij plekken waar niet gebrand mag worden.
- Zelfklevende banen. Een baan met een kleeflaag aan de onderkant, die op een voorbehandelde ondergrond wordt gedrukt.
- Warm bitumen. Vooral bij grotere daken wordt de baan in gesmolten bitumen gelegd.
Verlijmen geeft een strak dak zonder extra gewicht. Het vraagt wel een droge, schone en stevige ondergrond. Isolatieplaten moeten zelf ook goed vastzitten, anders trekt de wind de hele opbouw los.
Branden gebeurt met open vuur. Rond houten dakranden, dakkapellen en kieren in de gevel werkt een dakdekker daarom extra voorzichtig, of kiest daar voor koude lijm of een zelfklevende baan. Na afloop blijft er iemand controleren of er nergens iets nasmeult.
Dakbedekking bevestigen met ballast
Bij ballasten ligt de dakbedekking los op de ondergrond. Een laag grind, tegels of een groen dak houdt alles op zijn plek door het gewicht. Dat is de klassieke methode op veel daken van oudere flats en bedrijfspanden.
Voordelen zijn dat de dakbedekking vrij kan bewegen en dat er geen gaten in komen. De ballast beschermt de dakbedekking ook tegen zon. Het grootste nadeel is het gewicht. De constructie moet dat kunnen dragen. Meer over deze methode leest u in het artikel over grind op een plat dak.
Bij de randen en hoeken is vaak meer ballast nodig dan in het midden. Daar ziet u soms tegels in plaats van grind, of een dubbele laag.

Dakbedekking bevestigen met mechanische bevestiging
Bij mechanisch bevestigen wordt de dakbedekking met schroeven en ringen of strips aan de dakvloer vastgezet. De bevestigers komen in de overlap van de banen. De volgende baan legt u eroverheen, zodat de schroeven afgedekt zijn.
Deze methode is licht en snel, en werkt goed op een staalplaatdak of een houten dak. Hoeveel bevestigers er per m2 nodig zijn, volgt uit de berekening van de windbelasting. Bij de randen en hoeken staan ze dichter op elkaar.
Soms wordt ook alleen de isolatie mechanisch vastgezet, met lange schroeven en platte ringen door de plaat heen. De dakbedekking wordt daar dan op gebrand of gelijmd. Zo zit de hele opbouw aan de dakvloer vast.
Mechanisch bevestigen past minder goed op een ondergrond waar de schroeven niet goed houden, zoals oud en zacht hout. Het vraagt ook ervaring, want elke schroef is een doorboring van de laag eronder.
Welke methode past bij welk dak?
| Methode | Past goed bij | Let op |
|---|---|---|
| Verlijmen | Woningen en aanbouwen met hout of beton, kleinere daken | Vraagt een droge, stevige ondergrond |
| Ballasten | Betonnen daken, omgekeerde daken, daktuinen | Zwaar, de constructie moet het dragen |
| Mechanisch | Staalplaatdaken, grote bedrijfsdaken, licht houten dak | Bevestigers moeten goed houden in de ondergrond |
In de praktijk worden methodes ook gecombineerd. Bijvoorbeeld de isolatie mechanisch vast, en de toplaag erop gebrand. Het type dakbedekking speelt ook mee. Bitumen wordt vaak gebrand, EPDM vaak verlijmd of geballast. Meer over die keuze leest u in het artikel over bitumen of EPDM.

Wat gebeurt er als de bevestiging tekortschiet?
Een dak dat niet goed vastzit, merkt u vaak pas bij een storm. De dakbedekking bolt op, er klinkt geklapper en soms waait een deel van de dakrand los. Water komt dan onder de dakbedekking en in de isolatie.
Bij een geballast dak ziet u het anders. Daar schuift het grind weg van de randen en hoeken, zodat de dakbedekking kaal komt te liggen. Na een storm is het verstandig om vanuit een raam of vanaf een ladder te kijken of de ballast nog gelijk verdeeld ligt.
Ook zonder storm kunnen er signalen zijn. Denk aan golven in de dakbedekking of een baan die bij de rand omhoog komt. Bij bedrijfsdaken is stormschade een bekend probleem. Daarover gaat het artikel over stormschade aan een bedrijfsdak.
Wanneer schakelt u een dakdekker in?
De keuze voor een bevestigingsmethode hoort bij de keuze voor een nieuwe dakbedekking. Een dakdekker kijkt naar de ondergrond, de draagkracht en de ligging van het pand. Op basis daarvan volgt de manier van bevestigen.
Wij leggen platte daken in bitumen, EPDM en kunststof, en kiezen de bevestiging die bij uw dak past. U krijgt een vaste prijs vooraf, per onderdeel op papier. We geven 10 jaar garantie op de waterdichtheid. Meer over ons werk leest u op de pagina over platte daken.
Veelgestelde vragen
Wat is de beste manier om dakbedekking te bevestigen?
Dat hangt af van de ondergrond, de draagkracht en de windbelasting. Verlijmen past vaak bij woningen, ballast bij betonnen daken en mechanisch bij staalplaat.
Waarom liggen er meer tegels aan de rand van een plat dak?
Aan de randen en hoeken trekt de wind het hardst aan het dak. Daar is meer ballast of meer bevestiging nodig.
Mag een plat dak zomaar met grind worden verzwaard?
Alleen als de constructie het extra gewicht kan dragen. Grind is zwaar, dus laat dat eerst beoordelen.


