Op een plat dak moet regenwater snel weg. Dat gebeurt via de hemelwaterafvoer. Er zijn twee manieren om het water van het dak te krijgen: via de dakrand naar buiten, of via het dakvlak naar beneden. Dakdekkers noemen dat een stadsuitloop en een onderuitloop. Bij elke hemelwaterafvoer plat dak draait het om die keuze.
Hieronder leest u hoe beide werken, wanneer u welke kiest en waar het vaak misgaat.
Wat is een stadsuitloop?
Een stadsuitloop is een afvoer die horizontaal door de dakrand of de opstand gaat. Het water loopt over het dak naar de rand, door de uitloop naar buiten en valt in een vergaarbak of direct in de regenpijp aan de gevel.
- De regenpijp hangt aan de buitenkant van het gebouw.
- Er loopt geen pijp door het huis of de aanbouw.
- Een verstopping is van buiten goed te zien en te bereiken.
- Het dak moet op afschot liggen naar de rand waar de uitloop zit.
Bij veel aanbouwen, garages en carports is dit de logische keuze. De regenpijp komt dan aan de achterkant of zijkant, en het water gaat direct naar de riolering of de tuin.

Wat is een onderuitloop?
Een onderuitloop is een afvoer die verticaal in het dakvlak zit. Het water loopt naar een laag punt op het dak en gaat daar via een pijp recht naar beneden, door de dakconstructie heen.
- De afvoer kan midden op het dak zitten, niet alleen aan de rand.
- De pijp loopt binnen door het gebouw of door een koker naar beneden.
- Dit is gebruikelijk op grote daken, zoals bedrijfspanden en flats.
- De afvoer moet op het laagste punt liggen, anders blijft water staan.
Een onderuitloop vraagt meer van de detaillering. De afvoer zit midden in de dakbedekking, en de pijp binnen moet geïsoleerd zijn tegen condens. Lekt de aansluiting, dan komt het water binnen terecht.
Hemelwaterafvoer plat dak: welke past bij uw dak?
| Punt | Stadsuitloop | Onderuitloop |
|---|---|---|
| Plek van de afvoer | In de dakrand | In het dakvlak |
| Regenpijp | Aan de buitenkant | Vaak binnen of in een koker |
| Afschot | Naar de rand | Naar een punt in het dak |
| Bereikbaarheid bij verstopping | Goed, van buiten | Van boven goed, de pijp binnen lastiger |
| Risico bij lekkage | Water komt buiten terecht | Water kan binnen terechtkomen |
| Gebruikelijk bij | Aanbouw, garage, carport, woning | Grote daken, bedrijfspanden, flats |
Bij een woning of aanbouw kiest een dakdekker meestal voor een stadsuitloop als dat kan. Bij een groot dak zijn er vaak meerdere onderuitlopen nodig, omdat afschot naar één rand dan niet haalbaar is.

Waarom is een noodoverloop nodig?
Elke afvoer kan verstoppen, door bladeren, mos of een bal. Dan loopt het dak vol. Een noodoverloop is een tweede uitloop, iets hoger dan de gewone afvoer. Als die gewone afvoer dicht zit, loopt het water daar weg voordat het te zwaar wordt.
Het Informatiepunt Leefomgeving schrijft over nieuwbouw dat platte daken een noodafvoer moeten hebben naast de gewone waterafvoeren. Dat kan een speciale voorziening zijn, of een lage dakrand waar water overheen loopt. Ook bij bestaande daken is een noodoverloop verstandig. Lees meer in noodoverloop plat dak: waarom afwatering zo belangrijk is.
Waar gaat het vaak mis met de afvoer van een plat dak?
- Te weinig afschot. Het water blijft in plassen op het dak staan en bereikt de afvoer niet.
- Afvoer op de verkeerde plek. De uitloop zit hoger dan het laagste punt van het dak.
- Geen korf op de afvoer. Bladeren en grind spoelen de afvoer in en verstoppen hem.
- Slechte aansluiting. De dakbedekking is niet goed rond de uitloop afgewerkt, zodat water langs de buitenkant van de pijp loopt.
- Te kleine afvoer. Bij een zware bui kan het water niet snel genoeg weg.
- Verstopte regenpijp. Het dak zelf is goed, maar de pijp eronder zit dicht.
Water dat na een bui dagen blijft staan, is een teken dat er iets niet klopt. Hoeveel water normaal is, leest u in water op een plat dak: hoeveel is normaal? Bij een verstopte pijp helpt regenpijp verstopt: lekkage aan gevel en dakgoot voorkomen.
Kunt u een afvoer verplaatsen of toevoegen?
Dat kan, en het gebeurt vaak bij het vernieuwen van de dakbedekking. Blijft er steeds water op één plek staan, dan kan daar een extra afvoer komen. Of het afschot wordt aangepast met isolatie op afschot, zodat het water wel naar de bestaande afvoer loopt.
Een nieuwe stadsuitloop vraagt een gat in de dakrand en een regenpijp aan de gevel. Een nieuwe onderuitloop vraagt een pijp door de constructie en een plek om die binnen weg te werken. Bespreek vooraf waar de regenpijp komt en waar het water naartoe gaat, zoals de riolering, een regenton of de tuin.

Hoe onderhoudt u de hemelwaterafvoer?
Een paar keer per jaar kijken voorkomt de meeste problemen. Het najaar is het belangrijkste moment, als de bladeren vallen.
- Haal bladeren en vuil van het dak en uit de afvoerkorf.
- Kijk of de noodoverloop vrij is.
- Controleer na een bui of het water goed wegloopt.
- Kijk aan de onderkant van de regenpijp of er water uitkomt.
- Let op vochtplekken aan het plafond bij een onderuitloop.
Wanneer schakelt u een dakdekker in?
Blijft er water staan, lekt het rond de afvoer of wilt u een afvoer verplaatsen, laat het dan bekijken. Bij het vernieuwen van de dakbedekking is het een goed moment om het afschot te verbeteren en een noodoverloop toe te voegen.
Wij leggen en herstellen platte daken in bitumen, EPDM en kunststof, inclusief de afvoeren en noodoverlopen. U krijgt een vaste prijs vooraf, per onderdeel op papier, vaak al op basis van foto’s. Meer leest u bij platte daken.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een stadsuitloop en een onderuitloop?
Een stadsuitloop gaat horizontaal door de dakrand naar een regenpijp buiten. Een onderuitloop zit in het dakvlak en voert het water via een pijp door de constructie naar beneden.
Welke afvoer is beter voor een aanbouw?
Meestal een stadsuitloop. De regenpijp hangt dan buiten en een verstopping is makkelijk te bereiken.
Heeft mijn plat dak een noodoverloop nodig?
Voor nieuwbouw is een noodafvoer bij platte daken verplicht. Bij een bestaand dak is het verstandig, omdat een verstopte afvoer het dak anders laat vollopen.
Hoe vaak moet ik de afvoer van mijn plat dak schoonmaken?
Minstens een keer per jaar, bij voorkeur in het najaar na de bladval. Bij bomen dichtbij vaker.


