Bij een geïsoleerd pannendak zitten er twee soorten folie in het dak. Aan de binnenkant een dampremmende laag, aan de buitenkant een dampopen folie. Ze lijken op elkaar, maar ze doen iets heel anders. Als ze verkeerd liggen, of verkeerd om, krijgt u vocht in de isolatie.
Hieronder leest u hoe dampopen folie werkt, waar ze hoort en welke kant naar buiten gaat.
Wat doet een dampopen folie?
Een dampopen folie heeft twee taken. Ze houdt water van buiten tegen, zoals regen of stuifsneeuw die onder de pannen komt. En ze laat waterdamp van binnen door, zodat vocht uit de isolatie naar buiten kan.
Dat lijkt tegenstrijdig, maar het werkt door de structuur van de folie. De poriën zijn te klein voor waterdruppels, maar groot genoeg voor waterdamp. Waterdamp is een gas, en gaat er dus doorheen.
De mate waarin een folie damp doorlaat, wordt uitgedrukt in een getal: de Sd-waarde. Hoe lager dat getal, hoe dampopener de folie. Een dampopen folie heeft een lage Sd-waarde, een dampremmende laag een hoge.
Zo’n folie heet ook wel onderdakfolie, waterkerende folie of dampdoorlatende folie. Op oudere daken ligt soms nog folie die niet dampopen is. Hoe u oude folie herkent en vervangt, leest u bij onderdakfolie vervangen.

Waarom moet de buitenkant dampopen zijn?
In een woning zit altijd vocht in de lucht. Van koken, douchen, ademen en planten. Warme lucht kan veel vocht bevatten. Die lucht probeert naar buiten te gaan, ook door het dak heen.
Aan de binnenkant houdt de dampremmende laag het meeste vocht tegen. Maar een klein deel komt er altijd door, via een naad, een lamp of een doorvoer. Dat vocht moet de isolatie uit kunnen. Als de buitenkant dampdicht is, blijft het in de isolatie zitten. Dan slaat het neer op de koudste plek en wordt de isolatie nat.
De vuistregel is daarom: binnen dichter dan buiten. Aan de warme kant een laag die damp tegenhoudt, aan de koude kant een laag die damp doorlaat. Hoe de binnenste laag werkt, leest u bij dampremmende folie in het dak.
Welke kant van de dampopen folie hoort naar buiten?
Bij de meeste dampopen folies hoort de bedrukte kant naar buiten, naar de pannen toe. Op die kant staan vaak het merk, de overlaplijnen en soms een pijl. Maar dat is niet bij elke folie zo.
De aanwijzing van de fabrikant is altijd leidend. Kijk op de rol of in de verwerkingsvoorschriften. Een folie die verkeerd om ligt, werkt minder goed als waterkering. Bij sommige folies kan dat ook de dampdoorlatendheid beïnvloeden.
Een paar andere regels bij het leggen:
- Leg de folie horizontaal, van onder naar boven, zodat de bovenste baan over de onderste valt. Dan loopt water over de naad naar beneden.
- Houd de overlap aan die de fabrikant voorschrijft, vaak aangegeven met een lijn op de folie.
- Laat de folie aan de onderkant tot in de goot lopen.
- Maak de folie niet te strak, maar ook niet zo los dat er zakken ontstaan waar water in blijft staan.
- Werk doorvoeren en dakramen netjes af met de bijbehorende manchetten of tape.

Waar ligt de dampopen folie in het dak?
De plek hangt af van de opbouw van het dak. Bij een traditioneel geïsoleerd pannendak van buiten ziet het er zo uit, van binnen naar buiten:
- Afwerking binnen of de zichtbare sporen.
- Dampremmende laag.
- Isolatie.
- Dampopen folie.
- Tengels, zodat er een ventilatieruimte ontstaat.
- Panlatten en de pannen.
Bij veel isolatieplaten voor een sarkingdak zit de dampopen laag al op de plaat. De naden worden dan met tape afgeplakt. Hoe die opbouw werkt, leest u bij het sarkingdak.
De tengels zijn belangrijk. Ze houden de panlatten los van de folie. Daardoor ontstaat er een luchtspouw onder de pannen, waar vocht dat door de folie komt kan worden afgevoerd. Zonder die spouw blijft het vocht onder de pannen hangen.
Wat gaat er mis als het niet klopt?
- Dampdichte folie aan de buitenkant: vocht blijft in de isolatie. Die wordt nat, isoleert slechter en het hout kan gaan rotten.
- Geen dampremmende laag binnen: te veel vocht komt in de isolatie, ook met een dampopen folie buiten.
- Folie direct op de panlatten zonder tengels: geen ventilatie onder de pannen, en water dat door de pannen komt kan niet weglopen.
- Folie die niet in de goot loopt: water druppelt achter de goot op de muurplaat.
- Losse of gescheurde naden: stuifsneeuw en slagregen komen alsnog binnen.
Ook de volgorde van werken telt. Wordt de folie gelegd bij nat weer, of blijft het dak lang open liggen, dan kan er vocht in de isolatie komen voordat alles dicht is. Een dakdekker werkt daarom per dakvlak en dekt tussentijds af.
Veel van deze fouten zie je pas na een paar jaar. Een vochtige isolatie, schimmel op zolder of rot bij de dakvoet. Bij het openmaken van het dak is dan vaak te zien waar het misging.

Wanneer schakelt u een dakdekker in?
Bij het isoleren of vernieuwen van een pannendak hoort het leggen van de dampopen folie bij het werk van de dakdekker. Heeft u al een geïsoleerd dak en ziet u vocht of schimmel op zolder, laat dan de opbouw controleren. Soms is de oude folie dampdicht of ontbreekt de dampremmende laag.
Wij isoleren en vernieuwen pannendaken in Noord-Holland, Groningen en Drenthe, met folie die past bij de opbouw van uw dak. U krijgt een vaste prijs vooraf, per onderdeel op papier. Meer informatie staat bij dakisolatie.
Veelgestelde vragen
Welke kant van dampopen folie moet naar buiten?
Meestal de bedrukte kant, naar de pannen toe. De aanwijzing van de fabrikant op de rol of in de voorschriften is altijd leidend.
Wat is het verschil tussen dampopen en dampremmende folie?
Dampopen folie laat waterdamp door en houdt water tegen, en ligt aan de buitenkant. Dampremmende folie houdt damp tegen en ligt aan de warme binnenkant.
Waarom zijn er tengels onder de panlatten nodig?
Tengels houden de panlatten los van de folie. Zo ontstaat er een ventilatieruimte en kan water dat door de pannen komt weglopen.
Wat gebeurt er als de buitenste folie dampdicht is?
Dan blijft vocht uit de woning in de isolatie hangen. De isolatie wordt nat, isoleert slechter en het hout kan gaan rotten.


