Na het isoleren van een dak verschijnen soms vochtplekken, schimmel of zelfs druppels op zolder. De oorzaak is bijna altijd condens in de dakconstructie. Een goed aangebrachte dampremmende folie in het dak voorkomt dat. Hieronder leest u hoe condens ontstaat en hoe de laagopbouw hoort te zijn.
Hoe ontstaat condens in een geïsoleerd dak?
Binnenlucht bevat waterdamp, van douchen, koken, planten en ademen. Warme lucht kan meer waterdamp vasthouden dan koude lucht. Koelt die lucht af, dan slaat het vocht neer als water. Dat ziet u in de winter ook op een koud raam.
In een geïsoleerd dak is de binnenkant warm en de buitenkant koud. Kan de vochtige binnenlucht door de isolatie heen naar buiten trekken, dan koelt die ergens in het dakpakket af en ontstaat er condens. Dat vocht maakt de isolatie nat, zodat die slechter werkt, en het tast op den duur het hout van de kap en het dakbeschot aan.

Wat doet een dampremmende folie in het dak?
Een dampremmende folie laat weinig waterdamp door. Door de folie aan de warme kant van de isolatie te leggen, komt de vochtige binnenlucht niet in de isolatie. De damp blijft binnen en wordt daar via ventilatie afgevoerd.
Milieu Centraal adviseert bij isoleren een dampremmende folie tussen het isolatiemateriaal en de afwerking, of een isolatiemateriaal waar al een dampremmende laag van aluminiumlaminaat op zit. Kant-en-klare isolatieplaten van hardschuim hebben die laag vaak al. Boven een badkamer is extra aandacht nodig, omdat daar veel meer vocht vrijkomt.
Warme kant dampremmend, koude kant dampopen
De vuistregel voor elke dakopbouw is: dampremmend aan de warme kant, dampopen aan de koude kant. Zo komt er weinig vocht in het dak, en kan het vocht dat er toch komt aan de buitenkant ontsnappen.
| Plek in het dak | Soort laag | Waarom |
|---|---|---|
| Binnenkant, tegen de afwerking | Dampremmend | Houdt vochtige binnenlucht uit de isolatie |
| Midden | Isolatie | Houdt de warmte tegen |
| Buitenkant, onder de pannen | Dampopen en waterkerend | Laat vocht naar buiten, houdt regen en stuifsneeuw tegen |
Gaat dat mis, dan kan het vocht nergens heen. Milieu Centraal waarschuwt dat hout dat tussen twee dampremmende lagen zit, te vochtig kan worden en gaan rotten. Ligt er onder de pannen al een dampremmende of dampdichte folie, dan is aan de binnenkant een klimaatfolie nodig. Die past zijn dampdoorlatendheid aan de omstandigheden aan. Laat daarom eerst vaststellen wat voor folie er nu onder de pannen ligt.

Waar gaat het vaak mis met dampremmende folie in het dak?
De folie werkt alleen als hij luchtdicht is. Een paar veelvoorkomende fouten:
- Naden niet afgeplakt. Overlappen horen met speciale tape te worden dichtgeplakt. Via een open naad stroomt vochtige lucht zo de isolatie in.
- Gaten bij doorvoeren. Bij leidingen, een afvoer of de lichtschakelaar wordt de folie vaak doorboord zonder afdichting.
- Aansluitingen vergeten. Bij de muren, de vloer, een dakraam of de schoorsteen moet de folie netjes aansluiten.
- Folie aan de verkeerde kant. Een dampremmende laag aan de koude kant sluit het vocht juist op in de constructie.
- Beschadiging bij de afwerking. Schroeven en spijkers voor de afwerking kunnen de folie scheuren. Een installatieruimte met regels voor de afwerking voorkomt dat.
Hoe zit het bij een plat dak?
Op een plat dak werkt hetzelfde principe. Bij isoleren aan de buitenkant komt eerst een dampremmende laag op het dakbeschot of de betonvloer, daarop de isolatieplaten en daarop de dakbedekking. De dakbedekking zelf is waterdicht, dus de dampremmende laag onderin moet goed zijn, anders sluit het vocht zich op tussen twee dichte lagen.
Isoleren aan de binnenkant van een plat dak raadt Milieu Centraal af. Het risico op vocht in de constructie en schimmel op het plafond is dan groot. Meer daarover leest u op onze pagina over platte daken.

Hoe herkent u condens in het dak?
Condens in de dakconstructie is van binnen niet altijd direct zichtbaar. Een paar signalen om op te letten:
- een muffe geur op zolder, vooral in de winter;
- schimmelplekjes op de afwerking of in de hoeken;
- druppels of natte plekken die niet samenvallen met regen;
- vochtig of verkleurd hout aan de onderkant van het dakbeschot.
Komt het vocht vooral op koude, droge dagen en niet na een regenbui, dan wijst dat eerder op condens dan op lekkage. Ventileren helpt om het vocht in huis te beperken, maar lost een foute laagopbouw niet op.
Wanneer schakelt u een dakdekker in?
Ziet u na het isoleren vocht, schimmel of druppels, of ruikt het muf op zolder, laat het dan snel onderzoeken. Hoe langer vocht in de isolatie zit, hoe groter de kans op houtrot. Soms is de oorzaak een lekkage, soms condens. Dat verschil maakt voor de oplossing veel uit. Op onze pagina over daklekkage en reparatie leest u hoe we de oorzaak opsporen.
Laat u het dak nog isoleren, vraag dan hoe de dampremmende laag wordt aangebracht en afgeplakt. Wij isoleren schuine en platte daken met de juiste laagopbouw. Hoe we dat aanpakken leest u op onze pagina over dakisolatie. Stuur gerust foto’s via WhatsApp op 06 30 66 81 66, dan denken we met u mee.
Meer over dit onderwerp
Lees ook Schimmel zolder: welke rol het dak speelt en Plat dak isoleren van binnenuit: waarom het vaak condens geeft.
Veelgestelde vragen
Waar hoort dampremmende folie in een dak?
Aan de warme kant van de isolatie, dus aan de binnenkant, tussen de isolatie en de afwerking. Aan de koude kant hoort een dampopen laag.
Moet dampremmende folie worden afgeplakt?
Ja. De naden en aansluitingen horen met speciale tape luchtdicht te worden afgeplakt. Anders stroomt vochtige lucht via de naden de isolatie in.
Wat is het verschil tussen dampremmende folie en klimaatfolie?
Dampremmende folie laat altijd weinig damp door. Klimaatfolie past de dampdoorlatendheid aan de omstandigheden aan en wordt gebruikt als er onder de pannen al een dampdichte laag ligt.
Heb ik dampremmende folie nodig bij PIR-platen?
PIR-platen met aluminiumlaminaat werken zelf al dampremmend, mits de naden goed zijn afgeplakt. Boven een badkamer is extra aandacht nodig.


