Wie een dakdekker spreekt, hoort al snel woorden als zadeldak, schilddak of lessenaarsdak. Die soorten daken zeggen iets over de vorm. En de vorm bepaalt hoeveel ruimte u onder het dak hebt, hoe het water afloopt en waar onderhoud nodig is. Hieronder zetten we de gangbare dakvormen op een rij.
Welke soorten daken zijn er?
| Dakvorm | Hoe het eruitziet | Veel te zien bij |
|---|---|---|
| Zadeldak | Twee schuine vlakken die in de nok samenkomen, met twee rechte topgevels | Rijtjeshuizen, twee-onder-een-kap en vrijstaande woningen |
| Schilddak | Vier schuine vlakken, ook aan de korte kanten | Vrijstaande woningen en boerderijen |
| Lessenaarsdak | Eén schuin vlak dat van hoog naar laag loopt | Aanbouwen, schuren en moderne woningen |
| Mansardedak | Een steil onderste deel met een flauwer bovenste deel | Herenhuizen en woningen van rond 1900 tot 1940 |
| Plat dak | Bijna vlak, met een kleine helling naar de afvoer | Aanbouwen, garages, bedrijfspanden en flats |
| Wolfsdak | Een zadeldak met een klein schuin vlak bovenaan de topgevel | Oudere woningen en boerderijen |

Zadeldak en schilddak: de klassieke vormen
Het zadeldak
Het zadeldak is de meest voorkomende vorm in Nederland. Twee dakvlakken lopen schuin omhoog en raken elkaar in de nok. Aan de korte kanten staan rechte muren: de topgevels.
Het is een eenvoudige vorm met weinig aansluitingen. Dat maakt het relatief makkelijk te onderhouden. Onder de nok ontstaat een zolder die goed te gebruiken is. Met een dakkapel of een nokverhoging wordt die ruimte groter.
Het schilddak
Een schilddak heeft vier dakvlakken. Ook aan de korte kanten loopt het dak schuin. Waar twee vlakken elkaar raken, ontstaat een schuine rib: de keper of hoekkeper.
Een schilddak is stevig tegen wind, omdat het aan alle kanten schuin loopt. Er zijn wel meer aansluitingen dan bij een zadeldak. Vooral de kepers vragen aandacht. Hoe die zijn opgebouwd, leest u in ons artikel over de hoekkeper van een schilddak.
Op zolder hebt u minder ruimte dan bij een zadeldak. De schuine vlakken aan de korte kanten nemen stahoogte weg.
Het lessenaarsdak
Een lessenaarsdak heeft één schuin vlak. Het loopt van een hoge naar een lage muur. U ziet het veel bij aanbouwen en schuren, maar ook bij moderne woningen.
Het is een eenvoudige vorm. Er is maar één goot aan de lage kant. Aan de hoge kant is de aansluiting op de muur belangrijk. Daar hoort goed loodwerk of een andere waterdichte aansluiting. Bij een flauwe helling past een pannendak niet altijd. Dan komt er een dakbedekking zoals bitumen of EPDM, of speciale pannen die daarvoor geschikt zijn.

Het mansardedak
Een mansardedak heeft twee hellingen per dakvlak. Het onderste deel is steil, soms bijna recht. Het bovenste deel is flauwer. Zo ontstaat er onder het dak veel ruimte, bijna een volle verdieping.
De knik tussen de twee hellingen is een gevoelige plek. Daar gaat water van een flauw naar een steil vlak. Vaak ligt er lood of een andere afwerking. Bij oudere mansardedaken is die plek vaak de eerste die aandacht vraagt. Meer daarover leest u in ons artikel over een mansardedak renoveren.
Het platte dak en andere vormen
Een plat dak is nooit helemaal vlak. Het heeft een kleine helling, zodat water naar de afvoer loopt. Op een plat dak ligt geen pan maar een dakbedekking, zoals bitumen, EPDM of kunststof.
Daarnaast ziet u combinaties. Een woning met een zadeldak en een platte aanbouw. Een schilddak met een dakkapel. Of een samengesteld dak met meerdere nokken. Waar twee dakvlakken in een binnenhoek samenkomen, ligt een kilgoot. Kilgoten zijn gevoelig voor lekkage, omdat daar veel water samenkomt.
Welke dakvorm geeft de meeste ruimte?
Het mansardedak en het platte dak geven de meeste bruikbare ruimte onder het dak. Daarna komt het zadeldak, dat met een dakkapel of nokverhoging veel ruimte kan geven. Het schilddak geeft de minste ruimte op zolder, omdat het aan alle kanten schuin loopt. Een lessenaarsdak geeft aan de hoge kant veel ruimte en aan de lage kant weinig.
Welke woorden hoort u vaak?
- Nok: het hoogste punt van het dak.
- Dakvoet: de onderkant van het schuine dak, bij de goot.
- Keper: de schuine rib waar twee dakvlakken aan de buitenkant samenkomen.
- Kil: de binnenhoek waar twee dakvlakken samenkomen.
- Topgevel: de driehoekige muur aan de korte kant van een zadeldak.
- Windveer: de plank langs de schuine rand van de topgevel.

Wat betekent de dakvorm voor onderhoud en kosten?
Hoe meer aansluitingen, hoe meer onderhoud. Een zadeldak zonder dakkapel of schoorsteen heeft weinig zwakke plekken. Een schilddak met kilgoten, kepers en dakkapellen heeft er veel meer. Elke aansluiting vraagt snijwerk, lood of een ander detail.
Ook de helling telt mee. Pannen hebben een minimale helling nodig om water goed af te voeren. Bij een flauwer dak zijn andere pannen of een andere dakbedekking nodig. Een steil dak voert water snel af, maar is lastiger om op te werken.
Dat merkt u ook bij vervanging. Een eenvoudig zadeldak is sneller te leggen dan een samengesteld dak van dezelfde oppervlakte. De dragende constructie verschilt ook per vorm. Daarover leest u meer in ons artikel over een gordingenkap of sporenkap.
Wanneer schakelt u een dakdekker in?
Bij elke dakvorm is een jaarlijkse blik op de zwakke plekken verstandig. Denk aan kilgoten, kepers, nokvorsten en de aansluiting bij schoorstenen en dakkapellen. Ziet u verschoven pannen of vocht op zolder, laat het dan nakijken.
Wij werken aan alle dakvormen, van zadeldak tot plat dak. U krijgt een vaste prijs vooraf, per onderdeel op papier, vaak al op basis van foto’s. Meer over ons werk aan de draagconstructie leest u op onze pagina over kapconstructies en dakkapellen.
Veelgestelde vragen
Wat is het meest voorkomende dak in Nederland?
Het zadeldak: twee schuine vlakken die in de nok samenkomen, met twee topgevels.
Wat is het verschil tussen een zadeldak en een schilddak?
Een zadeldak heeft twee dakvlakken en rechte topgevels. Een schilddak heeft vier dakvlakken en loopt ook aan de korte kanten schuin.
Welke dakvorm vraagt het meeste onderhoud?
Daken met veel aansluitingen, zoals kilgoten, kepers en dakkapellen. Elke aansluiting is een plek waar water een weg kan vinden.
Is een plat dak helemaal vlak?
Nee, het heeft een kleine helling zodat het water naar de afvoer loopt.
